Hier spreekt men Nederlands

Bloggen over nieuwe media.

Wat dacht je van, bloggen over nieuw-igheden in de nieuwe media?    

(taalmopje, nooit links laten liggen, me dunkt)

De Vlaamse Radio en Televisieomroeporganisatie (van een samenstelling gesproken zeg), ons allen beter bekend als de VRT, komt recentelijk aandraven met een nieuw taalcharter. De Standaard kopt: “Meer tongval is oké op de VRT” (u ziet, taalmopjes en -rijmpjes, het is besmettelijk). Het nieuwe charter pleit voor een meer gekleurd taalgebruik op ons teeveescherm. Met dit nieuwe taalbeleid wil de VRT de authentieke variatie van het Nederlands meer eer aandoen. Want, zo stelt Ruud Hendrickx, “den baas” van de VRT-taal, de taalnorm wordt beschreven door de taaladviseurs, maar ze wordt gemaakt door ons, taalgebruikers. Het idee van een übertaal is voorbijgestreefd.

Naar aanleiding van het nieuwe programma “Man over woord”, met de oogstrelende Pieter Embrechts op Canvas, zag een bijzonder entertainend filmpje van de VRT het levenslicht. In dit filmpje krijgen we een glimp van hoe het klinken zou als onze nieuwsankers het nieuws van alledag zouden brengen in hun eigen dialect. Zoals ik al zei, entertainend, dat wel. Maar confronterend ook. Want is dat nu een ander taaltje, of spreekt de Rudi daar nu wel degelijk (een soort van) Vlaams?

Vlamingen zijn niet beschaamd voor hun dialect. Dat is wel duidelijk met de 28 [1] verschillende soorten tongvallen die vandaag de dag ronddwalen op onze Nederlandstalige bodem. Een dialect is authentiek, en van tijd tot tijd broodnodig om de juiste sfeer te scheppen. Denk maar aan recente films als “Rundskop“, “Het varken van Madonna” en “Groenten uit Balen“, waarin respectievelijk het Limburgs, het West-Vlaams en het Kempisch van zich laten horen. Af en toe moet je zelfs dialect spreken óm elkaar te verstaan. Zo vertelt Tom Naegels in zijn roman “Los” over zijn bezoek aan café Roma, het stamcafé der Vlaams Blokkers in Borgerhout, dat hij bezocht met een journalistieke vraag over hun visie op de Marokkanen die er met hen leven. En over zijn eigen (mislukte) poging om zich bij hen in te burgeren via hun dialect:

‘Zie – met die Marokkanen’, onderbreekt Franky. ‘Wij kennen heel veel Marokkanen. Daar zit crapuul tussen, maar ook goei mannen. Heel veel van mijn maten zijn Marokkanen.’

– ‘Ik spreek zelfs Marokkaans’, beweert Danny, en hij demonstreert het.

Twee minuten lang voeren ze een gesprek dat in het Arabisch geweest kan zijn, of anders in een goed gespeeld neptaaltje om mij in de maling te nemen. (In de maling? Waarom niet meteen ‘in het ootje’? Spreek Antwerps! Bij uw lul gepakt, gezjost, gesjareld, gefokt, bij uw sjokkedeizen, gekoeioneerd, afgezeken, in de zeik gezet – leer die taal!)

 

Dus dialect, bijwijlen een noodzaak.

Maar toch, liever kwijt dan rijk in ons journaal?

Het filmpje van de VRT gaf aanleiding tot een klein debat over standaardtaal in Reyers Laat. Paul Jambers en Chris Dusauchoit (juist, die met die moeilijke achternaam) fulmineren daarin tegen het gebruik van de tussentaal op de VRT. Zij argumenteren dat de VRT het voorbeeld moet geven. De VRT dient volgens hen als een referentiekader voor de Nederlandstalige samenleving, dat mensen duidelijk maakt dat ze door het gebruik van standaardtaal verstaanbaar zijn tot mijlenver verwijderd van onder de kerktoren.

 

“Chris en Paul ergeren zich dood aan dialect op tv”.

Zich doodergeren? Nou, nee. Blauw, hooguit.

Volgens mij zal het zo’n vaart niet lopen met die tussentaal op de VRT. Het Taalcharter is nog maar in zijn voorstel-fase. En het huidige Taalcharter van de VRT loopt al op z’n rolletjes sinds 1998.

Ik zie dus voorlopig geen graten in een ietwat gekleurde nuance, zolang ze het voorstel voor dit nieuwe Taalcharter maar niet té ver doordrijven. Want, om het niet weer over die oerbekende toren van Babel te hebben, we zouden dan allemaal wel eens kunnen veranderen in het beestje waarover opkomend talent Senne Guns zong tijdens de VRT-Taaldag, zijnde: “de goudvis van eenzaamheid”.

 

Dus, mensen. Vlamingen. Nederlanders. Nederlandstaligen. Ik doe aan u hier en nu een kleine oproep, om eens een dialectische status te posten op uw facebook- of twitterpagina. Gewoon. Zomaar. Voor de mop. En om stiekem een beetje mee te rebelleren met de VRT.

“Want alliejen, is ok mar alliejen, nieje?”[2]

 

 

 


[1] Nuance: bij dit aantal worden ook de Nederlandse dialecten gerekend.


[2] Aan alle niet-Kempenaren: “Want alleen, is ook maar alleen, nee?”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder journalistieke hersenspinsels

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s