Oh GOODy!

 

In een (voorlopig) laatste post is het goed om eens terug te grijpen naar die allereerste post. Kwestie van de circelredenering rond te maken (al was het maar om er een intellectuele beweegreden voor op te geven).

 

Onze Bad News Bias, zegt u dat nog iets? In mijn eerste blogpost schreef ik dat wij allen een menselijke hunker naar slechts nieuws hebben. En dat een goednieuwskrant niet zou werken, want dat willen “de mensen” niet per se weten.

 

Een prof van nieuwe media reageerde daarop met het volgende gedicht van Erik van Os:

 

Nieuws

 

Er stond een gedicht
over liefde in de krant.
Het viel meteen op
tussen al die oorlogen.
Ik knipte het uit
hing het boven mijn bed.
Ik lees het elke ochtend
als ik de oorlogen uit heb.

 

En dan vraag ik me af: hebben we niet allemaal een beetje zo’n gedicht nodig? Al was het maar om ons olifantenvel even van ons af te schudden ’s ochtends?

 

Auteur Steven de Jong vertelt alvast van wel. Hij publiceerde een artikel waarin hij een onderzoek beschrijft van de Universiteit van Vermont, die een analyse van woorden op Twitter in de afgelopen drie jaar hebben gemaakt. Deze woordenschat werd onderworpen aan een “geluksbarometer” en het resultaat was dat de barometer vaak in mineur ging, ten gevolge van schokkende gebeurtenissen in de wereld.

Conclusie?

De mensen zijn een beetje ongelukkiger geworden.

 

De Amerikanen hebben er recentelijk toch wat op gevonden.

 

De Amerikaanse internetkrant Huffington Post lanceerde de HuffPost Good News. Jazeker, u leest het goed: een goednieuwsgazet.

 

Arianne Huffington schrijft in het eerste bericht op de site:

“Overal in de wereld doen mensen en gemeenschappen ongelofelijke dingen, het noodlot overwinnen, echte uitdagingen aangaan met overtuiging en creativiteit. Maar hun verhalen worden zelden verteld.”

Volgens Huffington creëert de media een frame van slecht nieuws, en wil deze goednieuwskrant de brug maken tussen de wereld zoals ze is en de wereld zoals ze geportretteerd wordt door de media.

 

Ze geeft haar uitleg een biologisch kantje, en vindt dat ze media te veel autopsies uitvoeren op “wat fout liep” in plaats van zich te focussen op biopsies, die vertellen “hoe het er juist aan toe gaat” vóór het al dan niet faliekant afloopt.

Ze hoopt dan ook dat dit initiatief van de Huffington Post vele copy cats doet ontstaan.

 

Nobelprijswinnaar Desmond Tutu treedt Huffington bij door te onthullen dat we allemaal gemaakt zijn voor “goodness, love and compassion”. Hij meent dat de “ordinary acts of love and hope” van de mensheid wijzen op de buitengewone belofte dat elk mensenleven een onschatbare waarde heeft.

 

Initiatieven in het land van Obama dus.

Maar Amerika is ver. Heel ver.

 

Toch, ook in België verschijnt geluk sporadisch in de media.
Zo schonk De Standaard dit weekend “The world book of happiness” aan zijn lezers. Het boek dat president van Europa Herman Van Rompaey schonk aan alle wereldleiders met nieuwjaar. En ik beken, ook ik heb me er schuldig aan gemaakt. Het boek ligt me nu aan te staren, en smeekt om gelezen te worden (een dominante eigenschap die elk nieuw boek blijkbaar met zich meedraagt, of ligt dat gewoon aan mij?).

 

Dus, beseffen de media dat ze het goede humeur van mensen ook niet mogen negeren? Dat de mens misschien stiekem toch wel houdt van happy endings?

 

Misschien moet de media inderdaad maar wat meer in voetsporen van Walt Disney lopen, en proberen om ’s ochtends een glimlach op het gezicht van hun lezers te toveren.

 

 

En als dat niet altijd lukt, dan hebben ze het tenminste toch geprobeerd.

 

 

 

Bron: “Geluk”, door Toon Hermans.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Me smart, you phone?

 

Het heet in principe een telefoon, maar we houden hem toch steeds minder tegen ons oor.

Met een smartphone kan je meer dan enkel bellen en sms’en. Dat weten we, want ze duiken steeds meer op in het straatbeeld.

 

Eén miljoen.

Eén miljoen meer smartphones werden er in 2011 verkocht.

 

Dat het slimme mobieltje in opmars is, is bij deze meer dan duidelijk.

 

En vóór u de anarchist in u aan het woord laat, moet toch even gezegd: het is zeer handig.

U heeft ‘em altijd en overal bij, moet nergens meer aan denken dan aan uw smartphone als u de deur uitgaat (want die bevat uw agenda, uw mailbox, de weg naar die plaats waar u nog nooit eerder bent geweest, …) en ook dode momenten zijn niet meer aan u besteed.

De smartphone biedt flexibiliteit.

De smartphone vergemakkelijkt uw leven.

En waarom zou dat niet mogen, in deze gehekste 21ste eeuw?

 

U hoort ‘em al komen, de gevreesde: “Ja, maar …”

 

Ja, maar een smartphone creëert ook een information overload en beheerst zo ons leven. Permanent nieuws, permanent bereikbaar, permanent lonkend.

En onze slimme vriend spoort ons subtiel aan tot lak aan etiquette. Een studie, uitgevoerd door het communicatiebedrijf Ofcom, bewijst dat de smartphone onze gewoontes verandert. Het bedrijf spreekt van een “kannibalisering van andere activiteiten”. 37% van de volwassen proefpersonen en 60% van de tieners geven toe ‘verslaafd’ te zijn aan hun mobiel. Naast de technologische overstap (het lezen van mails, het online kranten lezen, het gamen, …) veranderen ook andere dagdagelijkse activiteiten in frequentie. Voor de volwassen gebruikers geldt dat ze 9% minder boeken lezen, 4% minder tijd doorbrengen met vrienden en 4% minder sporten. Voor tieners gaat het respectievelijk over 15%, 7% en 6%. Bovendien wees het onderzoek uit dat mensen hun smartphone niet kunnen laten voor wat hij is in sociale situaties, zoals bijvoorbeeld een etentje met vrienden.

En dat is natuurlijk niet erg beleefd.

 

 

Dus is meer altijd beter?

 

Ik kan zeer goed begrip opbrengen voor diegenen die halsstarrig vasthouden aan hun oude mobieltje en het koesteren als een relikwie. Omdat ze niet afhankelijk willen zijn van een technologisch onding. Zij het principieel of financieel.

Onze kleine vriend dient nu eenmaal primair ook om mee te bellen en te sms’en.

And that’s it.

 

Dus is de aankoop van een smartphone een typisch voorbeeld van snobisme?

Of is het gewoon een investering?

 

Ik geef het natuurlijk grif toe, deze blog draagt een zware persoonlijke toets.

Want op dit eigenste moment ligt mijn smartphone braaf naast mij te wachen, klaar voor een volgende blokpauze in de vorm van Angry Birds (waar er over de invloed van de smartphone nog getwijfeld kan worden, is het verslavend effect van dit spel zo duidelijk als een koe in een vingerhoed) (maar dat even terzijde).

 

Dus ik ben een van die snobs (of investeerders, ’t is maar hoe je ’t bekijkt).

 

Maar wel ben ik van mening, dat u met een smartphone bewust niet altijd stand-by moet zijn.

U mag niet vergeten ook online te vertoeven in het echte leven.

(Het ding heeft niet voor niets een uitknop.)

 

En verslavend?

Vergeet u op tijd en stond uw smartphone eens mee te nemen, wanneer u de deur uitgaat.

Krijgt u niet instant zweetaanvallen noch epileptische aanvallen?

Dan zit het nog wel goed met u.

 

Dus domineren onze smartphones ons sociaal leven?

Komen we minder buiten met onze iPhone dan met onze Nokia 3310?

Zitten we dus eigenlijk met een smarterphone?

 

Ik denk van niet.

Net zoals bij alle leuke dingen, moeten u en ik gewoon leren doseren.

 

 

En voor zover ik weet, kan mijn smartphone op café nog steeds geen rondje geven.

Dus tot het moment dat die telefoon van mij dat wél kan,

noem ik mijzelf liever “selectief luxueus”.

(Dat klinkt in ieder geval beter dan “verwend.)

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

YouTube VS MyTube, let the battle begin …

YouTube.

 

Beste lezers, u in het bijzonder hoef ik niet uit te leggen wat dit is. En nog minder, wat je ermee kan doen. Als u de virtuele kruimelweg naar deze blog gevonden hebt, dan heeft u het pad naar YouTube (dat uiteraard het spoor van kiezelsteentjes bevatte) reeds lang ontdekt.

 

Maar toch even een paar oudjes en nieuwtjes op een rij.

 

Het idee op een website te creëren waarop mensen gratis filmpjes kunnen uploaden en bekijken komt van Steve Chen, Jawed Karim en Chad Hurley. Deze drie vrienden richtten in 2005 uw geliefde kanaal YouTube op, en verkochten het later door aan Google (voor een smak geld, maar dat hoef ik u niet te vertellen).

 

Dat YouTube een gigantisch succes is, hoef ik u ook niet te vertellen.

(Waarom leest u deze blog dan eigenlijk?)

Hoe groot is dat succes nu juist?

(Ha! Tell me.)

 

“In 6 jaar tijd is YouTube gegroeid naar 3 miljard bekeken video’s per dag.”

Dat is een stijging van 50% ten opzichte van vorig jaar.

“Elke minuut worden er voor 48 uur filmpjes geüpload op YouTube.”

Dat is een stijging van 100% ten opzichte van twee jaar geleden.

 

 

En weet u wat het allereerste filmpje op YouTube was?

(Dát wil ik wel eens zien!)

 

Wel, het draagt de titel “Me at the zoo” en het toont Jawed Karim die de meest dulle en ongenuanceerde beschrijving van een olifant óóit geeft.

Datum van het uploaden?

23 april 2005, 20.27 uur.

 

Jawed Karim.

2005.

*geluid van tandwieltjes en ander mechanisch breinradarwerk*

 

U bent een brave en aandachtige lezer.

U heeft de link natuurlijk al direct gelegd.

 

Het is een filmpje van één van de oprichters, indertijd gedeeld op het net. Het net dat ze dan later hebben opengesteld voor anderen. Lees: de rest van de wereld.

 

En onze virtuele wereld zou nooit meer dezelfde zijn.

Dankzij olifantenslurfen.

 

 

“Kijkt u naar YouTube?

Zwaai dan maar, want YouTube kijkt terug.”

 

Dat is de kop boven het artikel van Steven de Jong, die in zijn beschrijving van het succes van YouTube nog een stapje verder gaat.

Want volgens hem ziet het er anno 2012 naar uit dat YouTube de televisie gaat vervangen.

 

Zeg eens hallo tegen “YouTV”.

 

De Jong verwijst daarbij naar een reportage van John Seabrook in het tijdschrift The New Yorker. Achter de schermen wordt er volgens Seabrook hard gewerkt aan contracten met professionele televisieproducten en artiesten. Het zou een soort van televisie worden waarin zelfs de reclame op uw persoonlijkheid is afgestemd. En uiteraard zal YouTV dan zélf voorstellen doen, op basis van uw interesses en uw eerder gemaakte filmpjeskeuze.

 

Wat is het grote verschil met televisie nu dan?

 

Bij uw buren zullen andere merken en filmpjes aangeboden worden dan bij u thuis. Want YouTV weet wat u wil. En wat uw buren willen.

 

Onderwerpt u uzelf nu even aan een kleine test.

Op de officiële YouTube-blog vindt u het kortfilmpje “YouTube Rewind”.

Even surfen, even klikken, even kijken.

Neem pen en papier bij de hand, en trekt u even een streepje bij elke flard van een filmpje dat u herkent, en dus het voorbije jaar op YouTube hebt gezien.

 

Ik wil ervoor wedden dat meer dan de helft u bekend voorkomt.

 

U denkt nog: “Ach, toch nog een beetje een ver-van-mijn-bed-show”?

 

Kijkt u dan nog eens naar de afbeelding hierboven. Staat u nog eens stil bij de supersonische evolutie die YouTube doormaakte.

 

 

U voorziet alvast een plaatsje in uw salon?

 

 

 

 

 

——————————————————————————————————————————

Bronnen:

http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110527_youtube_groeit_na_zes_jaar_onvermoeibaar_door/

http://www.nrc.nl/nieuws/2012/01/09/kijkt-u-naar-youtube-zwaai-dan-maar-want-youtube-kijkt-terug/

http://www.newyorker.com/reporting/2012/01/16/120116fa_fact_seabrook

http://pc-en-internet.infonu.nl/geschiedenis/42681-geschiedenis-van-youtube.html

http://youtube-global.blogspot.com/2011/12/what-were-we-watching-this-year-lets.html

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Moeien ende loeien

“Zwijgen is niet altijd goud”. Dat is de kop die ik links van mijn tweezijdige Standaard zie verschijnen. Wie – oh wie – durft het aan zulk een uitspraak te doen? Zomaar de moraal van het verhaal in een spreekwoord veranderen. Barbaars!

 

Marianne Thyssen.

 

Ah.

 

Dat doet een belletje rinkelen, die vrouw heeft wat zinnigs te zeggen (haar carrière spreekt voor zich). Toch maar even lezen dan?

 

Here we go.

 

Thyssen, lid van het Europees Parlement, maakt in De Standaard een statement over “beschaafde mondigheid”. De woordcombinatie klinkt ietwat vreemd in de oren, maar het is een topic waar iedere ietwat technologische gebruiker mee te maken krijgt in zijn (al dan niet virtuele) omgeving.

 

Thyssen verklaart het actuele debat over assertiviteit en agressiviteit aan de hand van twee factoren. De toegenomen mondigheid én de nieuwe media zorgen daar volgens haar voor.

 

Mensen hebben niet alleen scherpere meningen, ze kunnen die ook makkelijker kwijt. En we leefden niet in een democratie als mensen hun eigen mening niet mochten hebben. En kwijtkonden. Maar niet zelden gebeurt het dat mensen het woord nogal agressief richten tot anderen die niet van dezelfde mening bedeeld zijn, en scheldwoorden worden daarbij niet vaak vermeden. Volgens Thyssen haakt de genuanceerde mens dan al snel af en “si tous les dégoûtés s’en vont, il n’y a que les dégoûtants qui restent”.

 

Statement.

 

 

Mondigheid en nieuwe media zijn volgens Thyssen positieve evoluties. “We moeten er alleen beter mee leren omgaan”, zegt ze. “Voor de scheldmails hebben ze de deleteknop uitgevonden”.

 

Het is volgens haar aan de (nieuwe) media om alternatieven te zoeken, om die agressieve aanpak in te toomen, dan wel te beantwoorden.

 

Bij CD&V hebben ze alvast een alternatief doorgevoerd. “Vraag het aan Tine” werd in het leven geroepen. En die Tine bestaat echt. Ze heet Tine Vandecasteele en is een West-Vlaamse die haar sporen verdiende bij Vrouw & Maatschappij, en nu dus haar diensten verleent aan de communicatiedienst van onze oranje partij.

 

Wat doet Tine?

 

Tine beheert de facebook- en twitterpagina en de mailboxen van de partij. Elke reactie verdient haar respons, en het is dan ook full time dagtaak.

 

“Beschaafde mondigheid een volwaardige plaats geven in onze samenleving en democratie: het is een uitdaging die politici en media niet uit de weg mogen gaan.”

 

Zo sluit Marianne haar opiniestuk af.

 

Volgens mij ziet mevrouw Thyssen in haar betoog nog een belangrijke nuance over het hoofd. Omdat mensen via nieuwe media hun mening gemakkelijker kunnen tentoonspreiden, is het namelijk nodig dat ze zich bewust zijn van het verschil tussen realiteit en virtualiteit. Een scheldwoordenrage is snel getweet. Maar wordt die even snel uitgesproken?

 

Daan Heerma Van Voss, Nederlands schrijver, schreef daarover in De Standaard een stukje dat deze nuance bijtreedt. Voss noemt Twitter “speelgoed voor fantasielozen”. Hij ergert zich eraan dat mensen de tweets van een schrijver verwarren met zijn reële kwaliteiten als schrijver op papier. Bovendien worden schrijvers volgens hem verplicht reclame te maken voor hun boeken via Twitter. Hij spreekt over de term Twitterature, die aangeeft dat klassieke werken in 140 karakters zouden kunnen gevat worden. Volgens Voss geven de tweets van een schrijver slechts “een glimp van de persoon achter de schrijver weer (gatver)”. Hij beschrijft het verschil tussen de twitterende en de niet-twitterende schrijver als volgt:

 

“Twitter: je verbindt de fantasielozen, en laat hen die hun gedachten niet op wc-papier willen krabbelen maar op een koninklijk wit vel van de juiste dikte, gemaakt om met ganzenveer te beschrijven, in de kou staan.”

 

Voss verzet zich tegen het alomheersende idee dat wie niet meedoet aan de hype tegenwoordig per definitie “gedateerd” is.

 

 

Tijdens de colleges over nieuwe media maakten onze proffen voor ons het verschil tussen lineaire en niet-lineaire media. Die laatste term wijst op de nieuwe media, die ons nu onbeperkte info verschaffen. Maar ze stelden ons daarbij de vraag, of die nieuwe media altijd bijdragen tot onze informatiekennis?

Is meer altijd beter?

Bracht Robert Browning ons de alombekende catchphrase “Less is more” al niet bij in de 19de eeuw?

 

Het risico van dit alles bestaat erin dat je één welbepaalde visie krijgt voorgeschoteld, en je je daar niet bewust van bent. De volgende vraag die de proffen ons aldus stelden, was dan ook:

 

“Does it get out of the box?”

 

Toen was het lesuur natuurlijk gedaan. Van een cliffhanger gesproken. Of was het saved by the bell?

 

Eén ding is zeker.

 

Durf kritisch te zijn, zonder voorkauwing.

 

Want mensen zijn, tot dusver aangetoond, nog steeds geen koeien.

 

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Niet zomaar toeteren.

 

Een sterk Afrikaans accent klonk door mijn radio deze namiddag. De zwoele spraak hield mij meteen in haar ban. Chika Unigwe deed haar zegje op Radio 1, en u zou luisteren. Willen of niet.

 

Chika Unigwe, een Afro-Belgische schrijfster van Nigeriaanse origine. Woont al dertien jaar in België, met haar man en haar kinderen.

 

Chika Unigwe, met een licenciaat in Engelse taal en literatuur aan de universiteit van Nigeria, een post-graduaat aan de KU Leuven en een doctoraat aan de universiteit van Leiden.

 

Chika Unigwe, een straffe madam.

 

 

Ze kwam bij Joos op de virtuele koffie en kwam spreken over haar land van herkomst, en de heibel die er gaande is.

 

Want er is heibel, en geen klein beetje.

 

Een landelijke staking, zes doden, gewonden.

Een twist, tussen de katholieken in het Zuiden en de islamieten in het Noorden.

De ene groep dwingt de andere groep te vertrekken. En omgekeerd, natuurlijk.

Een straatje zonder eind.

 

Unigwe is zelf katholiek, net zoals haar zus en haar vader, die nog in Nigeria wonen. Ze vertelt over islamitische vriendinnen, en over de onredelijkheid van de twist die gaande is.

 

Elk gevolg heeft een oorzaak, dat weet ook u, en wanneer Joos begint te polsen naar de opstand in Nigeria, spuwt Unigwe zijn naam.

Jonathan Goodluck.

Nieuwbakken president van haar land van herkomst.

 

Ze gebruikt meteen zijn naam en het woord “teleurstelling” in één zin. En over de paradox die ’s mans naam met zich meedraagt, want ze heeft geen lof te over als ze over hem vertelt.

 

Jonathan Goodluck is de eerste president van Nigeria met een doctoraatsdiploma. En ook de eerste leider uit het Zuiden, na een regime uit het Noorden. Logischerwijs werd er veel van deze intellectueel verwacht, zoals Unigwe aangeeft.

 

Joos polst naar de tijd van Chika in Nigeria, en of die religieuze tegenstellingen toen ook al aanwezig waren?

Ze ontkent dit steevast.

Waarom de twist er dan is? En waarom daarom nu ineens zoveel ruchtbaarheid aan gegeven wordt?

 

Het woord “brandstofsubsidie” valt. Jonathan heeft die afgeschaft, en vele Nigeriaanse gezinnen daarmee in de problemen gebracht. Maar de mensen pikken het niet. Ze hebben zich georganiseerd. Ze protesteren.

 

Unigwe vertelt dat het vooral de jongere generatie is, die de straat opkomt. Met jong bedoelt ze dertig, veertig jaar. En jonger. En hoe geweldig ze dat vindt. Want er is echt verzet.

 

Zijn de mensen vooral boos of bang, wil Joos weten?

 

Het is een combinatie van de twee, aldus Unigwe. Het geweld escaleert, de mensen hebben niets meer te verliezen.

 

Maar Nigeria? Nu ineens in ons nieuws. Een land waar we anders niets van horen, en nu wel, als het op de rand van de afgrond staat, zo lijkt.

 

En dan wordt de essentie van dit blogbericht duidelijk.

 

De jongere generatie waarover Unigwe spreekt, is geen timide generatie. Het gaat over jonge mensen, die een beetje van de wereld gezien hebben, die ook andere mogelijkheden hebben dan de mensen die hen voorgaan. Ze kunnen mensen laten verzamelen, om hun angst en boosheid te uiten. Geen megafoon voor deze generatie. Geen geroep, noch getier.

Wel sociale media.

 

Op Facebook. Op Twitter.

Dáár lees je protest.

Daar zwelt de verontwaardiging.

Van daaruit komen mensen de straat op.

 

Het zijn dezelfde sociale media waarop u en ik surfen, beste lezer.

Hetzelfde gezichtenboek.

Hetzelfde tweet-retweet-net.

 

Onderschat u dus vooral de kracht van de sociale media niet.

Want daarop wordt niet alleen getoeterd – daarop wordt ook getoeterd, maakt u zich geen illusies – maar niet alléén getoeterd, ook geconverseerd. Geuit. Geprotesteerd.

 

En al lijkt het allemaal toch een beetje een ver-van-ons-bed-show (Nigeria, waar ligt dat ook weer net?), het gebeurt wel via diezelfde sociale media.

 

Misschien toch een bij stilstaan.

Of stilzitten.

 

 

 

 

 

 

(Voor wie de zeemzoete stem het zelf wil horen vertellen, is er een link. (Leve internet))

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Have you reddit already?

 

“De spectaculaire snelheid van de digitalisering van de media in Vlaanderen/de wereld”

 

Dat was het antwoord van Jan Segers, programmadirecteur van VTM, op de eindejaarsvraag “Wat vond u de belangrijkste gebeurtenis/trend van het voorbije jaar” in Humo.

 

 

En het houdt niet op.

 

 

Ik geef u: reddit.com.

 

Deze sociale nieuwssite (uitgesproken als /ˈrɛdɪt/, zoals u waarschijnlijk al weifelend deed) is geprezen om te lezen.

 

Hoe zit het dan eigenlijk in elkaar, hoor ik u denken?

 

Wel, als u de site zoekt via Google, krijgt u steevast de slogan “Reddit, the front page of the internet” voor ogen.

Geregistreerde gebruikers, ook wel redditors genoemd, kunnen linken plaatsen op de site in kwestie. Andere gebruikers kunnen dan virtueel hun duim “up” of “down” laten wijzen voor deze post, door op de bijbehorende pijlen te klikken.

Zo simpel is het.

 

 

De posts worden aldus gerangschikt en hun ranking wordt aangepast op basis van de opwaartse of neerwaartse stemmen op de voorpagina.

 

Redditors kunnen zich ook inschrijven voor (sub)reddits. Dit zijn groepen die opgebouwd zijn rond eenzelfde thema van interesse. Zo kunnen de gebruikers hun voorpagina customizen (gewoon even dat woord, omdat het zoveel cooler klinkt dan “verpersoonlijken”, natuurlijk).

 

De positie van een post wordt op drie manieren bepaald. De datum van invoer is van belang, gevolgd door de upvoted en downvoted feedback en het totaal aantal stemmen. Het spreekt voor zich dat deze front page of internet permanent verandert. Dus wie zich op deze site kan vervelen, is zeer sterk bezig.

 

Bijkomend kan elke gebruiker ook comments geven op de linken die gepost worden. Maar anders dan op een typisch forum, kunnen ook deze reacties naar boven of naar beneden gestemd worden.
Uw mening wordt als het ware gemaakt of gekraakt.

 

De site werd in juni 2005 opgericht door Steve Huffman en Alexis Ohaninan, beiden 22 jaar oud en afgestudeerden van de Universiteit van Virginia.

 

Sinds feburari 2011 telde Reddit 1 miljard pageviews.

 

En “dat is geen kattenpis”.

 

 

Op TED.com spreekt Alexis Ohanian, een van de oprichters van Reddit, over zijn sociale nieuwssite en over “the great big secret how the internet works”. In een rapid-fire van vier minuten vertelt hij zijn hele verhaal. En rapid it is, want hij valt in zijn eigen enthousiasme bijna over zijn eigen tong. Maar zet u even, en neem de tijd om dit filmpje te bekijken. Het publiek eet na een halve minuut reeds uit zijn hand.

 

Ohanian noemt zijn eigen site de “democratic front page of the best stuff on the web”. Volgens hem gaat een bezoek aan Reddit over de ontdekkingstocht van alle nieuwe dingen die verschijnen op het net.

 

Op een gegeven moment spreekt hij over een walvis.

 

U leest het goed.

 

Zijn verhaal vangt aan bij de protestactie van Greenpeace dat Japan wil laten stoppen met zijn gruwelijke walvisvangst. Het idee van de dierenrechtenorganisatie was om een van de walvissen van een tracking chip te voorzien, om ze zo beter te kunnen opvolgen. Om het hele project toch ietwat persoonlijker te maken, wilde ze het een naam geven. Dus, in alle “true web fashion” werd een poll opgericht.

 

In deze poll verschenen onder andere de volgende voorstellen voor de naam voor Meneer Walvis: Anahi (wat zoveel betekent als “de onsterfelijke”) en Kaimana (“goddelijke kracht van de oceaan”, of iets in dien aard).

En, ook: “Mister Splashy Pants”.

 

Een redditor vond deze laatste naam wel een tof ding, en posste het op Reddit.

 

 

De bal ging aan het rollen, en de gevolgen waren immens.

 

De rating voor Mister Splashy Pants ging van 5% naar 70%.

“Not bad”, vindt Ohanian zelf.

 

Greenpeace daarentegen was iets minder happy met het resultaat, en gaf de poll nog een week langer te leven.

 

Resultaat?

Mister Splashy Pants scoorde 78%, een mooie voorsprong op naam nummer twee, die slechts 3% behaalde.

 

Wat volgens Ohanian echt belangrijk is in dit verhaal, is het uiteindelijke resultaat en het idee erachter.

Greenpeace aanvaardde de naam, en enige tijd later was haar walviscampagne ook nog eens succesvol. Japan trok zich terug, en een happy end geschiedde.

Qua idee concludeert Ohanian uit het hele gebeuren, dat dit alles niét het resultaat was van altruïsme. Heus niet alle redditors waren pure walvislovers. Ze gingen gewoon mee in “doing something cool”. Want, zoals hij het zelf stelt: “iedereen wil zijn nieuwsanker gewoon ‘Mister Splashy Pants’ horen zeggen in het journaal”.

 

En dát is volgend Ohanian the great big secret of the internet.

Internet geeft ons een immens groot speelveld.

En het kost niets.

 

Zijn finale boodschap, die ik u allen dan ook graag meegeef, opdat u ze zelf verspreidt, is dan ook de volgende:

 

“It’s okay to take yourself a little less seriously, it’s okay to lose control”

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

De mondige mens

Een gastcollege over social media? Dat hebben wij, studenten journalistiek, toch niet nodig zekers!

*meewarig knikje met het hoofd naar links, zelfverzekerde uitdrukking op het gezicht*

Als er íemand mee is met Facebook, Twitter, Linkedin en blogs allerhande, dan zullen wij het toch wel zijn zekers?

*zelfde hoofdbeweging, hier en daar wat applaus, ferm gezegd!*

 

De toch wel entertainende powerpoint van Frank De Graeve, account director bij Quadrant Communications en in een eerder leven ook zelf journalist (heeft zich nu bekeerd tot “the dark side”, zoals hij het zelf intertekstueel pleegt te noemen), besliste daar duidelijk anders over.

 

Hij kwam met de virtuele deur in huis vallen, en gooide onmiddellijk het resultaat van een onderzoek naar het gebruik van sociale media bij Belgische journalisten in 2010 op tafel.

Wat bleek?

Het gebruik van sommige sociale media is op één jaar tijd verdubbeld. Daarop citeerde hij prompt Peter Horrocks, global news director van de BBC, die zijn mening over sociale media op de volgende manier formuleerde:

“This isn’t just a kind of fad from someone who’s an enthusiast of technology. I’m afraid you’re not doing your job if you can’t do those things.”

Journalistiek zonder sociale media is dus gewoon niet mogelijk, volgens de mannen van de BBC.

 

De sociale media vormen een nieuw publiek forum. Mensen kunnen boodschappen overbrengen en plein public en kunnen zo horen en gehoord worden.

 

Cool!

Creepy?

 

Cool! Want men kan niet zomaar “toeteren” op het net, er ontstaan ook echt conversaties. Mensen praten terug (of hebben toch die mogelijkheid), en kunnen elkaar zo zoeken. En vinden. Filosofischerwijze kunnen sociale media zich zelfs lenen tot zelfreflectie!

(Maar laten we dat pad nu maar even niet ingaan. Al was het maar om de grote denkers der aarde zich niet te laten omdraaien in hun graf.)

 

Creepy. Want alles wat je aan het internet toevertrouwt, steekt het internet in zijn virtuele broekzak. En dat is niet niks.

Zo luisterde ik onlangs zelf tijdens het kompjoeteren naar gitaarlegende Mark Knopfler, en raakte daarvan zo in de ban, dat ik er een facebookstatus aan wijdde. Merk op hoe onmiddellijk na het posten daarvan, mijn advertenties rechts veranderden. Om nog maar te zwijgen van de foto recognition, waarbij Facebook zelf voorstellen doet voor tags van namen bij gezichten op foto’s die je uploadt.

 

En toch, blijven we Facebook en Twitter en aanverwanten gebruiken. Dag in dag uit.

Waarom?

Kom kom, wees eerlijk, ’t is tof.

En: we zijn eraan gewend.

 

De tijd dat men nog samen ging neerzitten om op een afgesproken tijdstip naar de teevee te kijken dateert ook al van de jaren stillekens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij zijn gewend aan een constante stroom van informatie. In die mate zelfs, dat in de toekomst publicatiedata er zelfs door zullen verdwijnen.

Vraagteken?

In zijn boek “Media morgen – de media op hun kop”, stelt Jo Caudron dat deadlines zullen verdwijnen, omdat journalisten constant teksten afmaken en publiceren. (Dolly Parton zal terstond de stempel “ouderwets” krijgen wanneer ze haar ‘nine to five’ nog eens aanheft.)

Doet de journalist/schrijver/student in u bij deze al een vreugdedansje?

Bedenk dan (aldus Frank De Graeve), dat zonder deadlines een tekst ook nooit “af” is. Een echte tekstliefhebber sleutelt aan zijn trots tot de deadline het hem verhindert.

 

Hoe wapenen journalisten zich dan tegen de supersonische social media?

Door duiding. Door diep te graven, door te checken en te dubbelchecken.

 

Daarenboven, riepen de drie musketiers van Dumas in de 19de eeuw al niet: “Eén voor allen, allen voor één”?

Zo is dat maar net.

Clay Shirky, een Amerikaanse schrijver en volger van technologieën op het net (en die, als je je ogen sluit, stiekem een beetje klinkt als Tom Hanks), spreekt op TED.com over het patroon: “we’re all in this together”. Enkel wanneer zo goed als ie-de-reen de toegang heeft tot een bepaald medium, dan pas kan de mens gewend worden aan het medium in kwestie.

 

Volgens Shirky waren er doorheen de tijd vier technologische revoluties. De drukkunst werd gevolgd door de telegraaf en de telefoon, die op hun beurt opgevolgd werden door foto’s en films en later door teevee en radio.

Tot dusver waren media die goed waren in conversaties, niet goed in het maken van groepen. En de media die goed waren in groepen maken, lieten het dan weer hangen wat converseren betreft.  Internet is volgens hem het eerste medium dat beide acties ondersteunt en zo de volgende big change in het rijtje is. Producenten worden consumenten én andersom, en dat is een trend waaraan we niet meer kunnen ontsnappen.

 

Shirky toont zijn stelling in de realiteit aan met de incredibe coordinated global response die resulteerde uit de berichtgeving over de aardbeving in China vorig jaar. De Chinese overheid kon daarbij niet langer haar toevlucht nemen tot de “great firewall of China” en tot eender welke officiële ontkenning overgaan, want de eigen burgers namen foto’s en filmpjes met hun mobieltjes en stuurden die de wereld in.

 

Die actieve participatie is volgens Shirky de eerste grote verandering die de sociale media met zich meebrengen. Een tweede big issue is het feit dat het bereikte publiek terug kan praten. De individuen die iets op het net gooien, zijn niet langer van elkaar afgesneden.

Evident. Maar toch iets om bij stil te staan.

Want het merendeel van die surfers bestaat niet meer uit professionals, maar uit amateurs met een mening. Met een boodschap. Met een verhaal.

 

Ook U bent een amateur.

Maar neemt u dat vooral als een compliment.

U bent een schakel van de virtuele ketting, en daar mag u best trots op zijn.

Maar wees u er ook van bewust. Want er is discipline nodig om op een volwassen manier gebruik te maken van deze nieuwe media.

 

Shirky stelt na zijn verhaal op TED dan ook de volgende question jambon, die ons allen aangaat:

 

 “How can we make best use of this media, even if it means changing the way we’ve always done it?”

 

 

Tsja.

 

 

 

Iemand?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized